Cocaïne : roman
×
Cocaïne : roman
Nederlands
© 2017
Volwassenen
In het hoofd van de schrijver met liefdesverdriet ontstaan, al slenterend door Moskou, allerlei fantasiee͏̈n, waarbij waan en werkelijkheid door elkaar lopen.

De Morgen

Van het kastje naar de muur
Dirk Leyman - 03 mei 2017

Met zijn onbeschroomd zwart-romantische roman Portret van een onbekend meisje (2015) raakte Aleksandr Skorobogatov (°1963) een gevoelige snaar en werd hij prompt uitgeroepen tot een ontdekking van formaat. De verzengende kracht van de eerste liefde is vaak beschreven, maar Skorobogatovs kruising tussen Nabokovs Lolita en Salingers The Catcher in the Rye maakte veel indruk. Midden in Antwerpen woonde sinds de jaren 90 zowaar een begaafde en gedreven Russische schrijver. Dat Skorobogatov voor geen gat te vangen is, bleek ook al uit zijn decadente (heruitgegeven) debuut Sergeant Bertrand.

Toch zullen lezers die tuk waren op eerder werk van Skorobogatov zich bij zijn nieuwste worp in de haren krabben. In slapstickroman Cocaïne viert de ontregeling en de onvoorspelbaarheid hoogtij en worden we in elk hoofdstuk van het kastje naar de muur gestuurd.

Hoofdfiguur Sasja - een Moskouse 'schrijver-humanist' - verlaat op de eerste bladzijden zijn woning om een potje babyvoeding te halen. Vrijwel meteen gaat de werkelijkheid aan het schuiven. Wat betekenen die fratsen met een muts en die bizarre ontmoetingen? Wat is hij van plan met die hamer en grote spijker? En wat moeten we met die konijnenverhalen?

Wat volgt, is een rocamboleske strooptocht langs een sinistere onderwereld, van smeuïge bars, restaurants en hotelkamers tot fletse tweekamerflats. Vermoorde slachtoffers herrijzen weer, liefdes worden verloren en krampachtig heroverd, personages en uitgevers interveniëren bij de vleet. Tot 'Sasja' zelfs in Stockholm belandt om er de Nobelprijs voor de Vrede op te halen. Maar ook daar regeert een morbide surrealisme.

Voor zwarte humor, overdadige ironie, versnipperde zinnen en bruuske ritme- en registerwissels draait Skorobogatov zijn hand niet om. 'Let op hoe de auteur volhardend, gestaag op zoek is naar die unieke nuance, die gaat fonkelen, schitteren, bloeien en de pagina zal opfleuren', staat er ergens. Cocaïne bevat veel intrigerende passages en getuigt van een woeste verbeelding.

Helaas lijkt Skorobogatov erop gebrand zijn eigen roman vakkundig te saboteren en ons slag om slinger voor schut te zetten. Er mag dan wel gealludeerd worden op Gogol, Charms, Dostojevski, Nabokov en andere kleppers uit de Russische literatuur, hun niveau haalt Skorobogatov zelden. Daarvoor schiet hij te vaak met losse flodders in een soort antischrijven dat ook in de jaren 60 en 70 al opgeld maakte.

Wat heeft Skorobogatov bezield met het hypernerveuze Cocaïne? Een ongebreidelde drang naar pastiche, fanatieke experimenteerzucht en een tomeloze vrijheid tijdens het schrijven? Of een ode aan de onbegrepen kunstenaar, de outcast die overal het deksel op de neus krijgt? Allemaal perfect verdedigbaar én moedig om jezelf als auteur resoluut in vraag te stellen.

Onderweg raakt Skorobogatov hiermee allicht de welwillende lezer kwijt, die siberisch dreigt te blijven bij de zoveelste absurde wending. Of nét in een gevaarlijk delirium verzeilt en het boek met trillende handen weglegt.

De Standaard

Briljant ouwehoeren
Maria Vlaar - 14 april 2017

Als dit een grap was, wie maakte ze dan? Deze zin in Cocaïne, de derde roman van de naar Vlaanderen geëmigreerde Rus Aleksandr Skorobogatov, gaat over een stofzuigerverkoper, een romanfiguur bij uitstek. Maar hij geldt net zo goed voor de hele roman, die één grote grap is met, zoals het een goede grap betaamt, scherpe randjes en bittere tonen. Zwart absurdisme, zoals dat in de Russische literatuur is geperfectioneerd.

Wie is de hoofdpersoon in de roman? Ach, wat een slechte, suffe vraag! Er is een man, die zichzelf schrijver-humanist noemt, in Moskou woont, in de steek gelaten is door zijn jeugdliefde, verlaten door zijn echtgenote voor een militair in uniform, en misschien vader is van een jongen of een meisje. Geregeld slaat hij het hoofd in van iemand die daarna toch weer ongehavend opduikt, of ziet dat voor zijn ogen gebeuren, en daarvoor mag hij de Nobelprijs voor de Vrede komen ophalen in Stockholm. Kortom, hij verzint alles bij elkaar en tegelijk weer niet, want de wereld is nou eenmaal slecht en onbegrijpelijk. Toch kan de lezer, als hij gevoelig is voor Russische humor, vreselijk met hem lachen. Soms is hij scherp en vilein, soms melig, seksistisch en vol zelfmedelijden. Hoe uitvergroot deze slapstickfiguur dus is, tegelijk zien we alle eigenschappen in hem woelen die een echt mens om lief te hebben heeft.

Gehaktmolen

Skorobogatov trekt alle registers open in Cocaïne, waarin hij afwisselend briljant formuleert en oeverloos ouwehoert. Zodra de lezer denkt een verhaallijn te vinden verschijnt of verdwijnt een personage zodat er toch weer weinig touw aan vast te knopen is. De hoofdpersoon - daar heb je hem weer - zuipt zich iedere dag klem, en hoewel van drugs in het hele boek geen sprake is, doet de rollercoaster aan hallucinaties denken aan een cocaïne-roes. Op brute wijze uit hun context gerukte flarden Dostojevski en Gogol wisselen af met beelden uit horrorfilms en vampierverhalen. Dronkenschap, moord, vechtpartijen, incest: Skorobogatov gaat ver. Bij de scène waarin een man door een gehaktmolen tot worstjes wordt gedraaid die vervolgens worden verorberd moet je maar niet net hebben ontbeten. Gelukkig hoeven we niets serieus te nemen; dat blijkt wel uit de scène waarin een mooie Zweedse vrouw toegeeft dat ze diep in zichzelf geen vrouw is, maar een stoel.

Kindertjes maken

Ondanks alle grappen, ondanks het virtuoze spel met de 'ik' die zomaar een 'hij' en een 'jij' kan worden, het razendsnelle wisselen van hoog naar laag register en de geslaagde satire op het Nobelprijscircus en het leven van de 'beroemde schrijver', zou er meer op het spel mogen staan.

In de roman zien we een uitgever aan het werk, die ditzelfde boek terwijl het ontstaat redigeert: in feite gooit hij alle losse eindjes eruit, tot er nagenoeg niets overblijft. Alleen het terugkerende verhaaltje over een lief koppeltje konijnen - die ook wasberen of cavia's kunnen zijn - blijft wat hem betreft overeind. Ze kletsen in hun hol over kindertjes maken terwijl er een genadeloze overstroming komt: daar zit dramatiek in, prijst de uitgever.

Het drama in Cocaïne broeit wel degelijk: de onmogelijkheid je ergens thuis te voelen, te weten wat de regels en hoe de gewoontes zijn. Hoe te leven? Voor een 'reiziger', een eufemisme voor emigrant, is er minder houvast te vinden in de stroom van hallucinaties die de werkelijkheid pretendeert te zijn. En dat is de beste ervaring van het lezen van deze soms geniale en soms flauwe roman: wat gebeurt er met je als alle grond onder je voeten wordt weggeslagen, als je je familie en geliefden kwijtraakt, als het konijnenhol met een grote golf wordt overspoeld. Als alles op zijn kop staat, kan incest dan ook liefde zijn? Kan een dode weer leven? Kan de pijn van het leven ophouden als je een ander wordt? Kan een boek al gelezen zijn terwijl de schrijver aan het schrijven is? Waarom niet?

Vertaald door Rosemie Vermeulen, Cossee, 302 blz., 19,99 € (e-boek 9,99 €).

Knack

Cocaïne
Marnix Verplancke - 12 april 2017

Dus gaat schrijver Sasja het huis uit, op zoek naar een potje babyvoeding, wat het begin is van een knotsgekke en vooral ook bijzonder bevreemdende tocht langs groezelige cafés, uitgeleefde appartementen en helse hotelkamers. Een barman blijkt alles van hem te weten zonder dat Sasja hem ooit iets heeft verteld. In een en dezelfde paragraaf stortregent het en komt Sasja in een sneeuwbui terecht. Zinnen beginnen doorheen de tekst te reizen en personages vragen de schrijver of hij zijn boek geen andere wending kan geven. Ze willen er zelfs voor betalen.

Sasja’s zwerftocht is ook een reis doorheen de wereldliteratuur. De tekstexperimenten in Cocaïne doen aan Sternes Tristram Shandy denken. Sarah, geen man en geen vrouw, maar iemand die zich een stoel voelt en op zoek is naar degene die op zijn zitting wil plaatsnemen, zou door een hedendaagse Gogol bedacht kunnen zijn en op intellectueel en emotioneel vlak lijkt de Antwerpse Rus Aleksandr Skorobogatov wel een lang verloren neef van Beckett te zijn. Want daar draait deze roman in feite om: existentiële angst en de onoverbrugbare kloof tussen de kunstenaar en de wereld waarin hij leeft. Sasja wordt door niemand begrepen. Door zijn publiek niet en nog minder door zijn eigen personages. Zelfs zijn vrouw verlaat hem zodra ze zijn boek heeft gelezen.

Net zoals je je aan cocaïne dient over te leveren, moet je dat ook met Skorobogatovs roman doen. Wanneer je het boek openslaat, neem je plaats op een circusbankje. De clowns komen op en je lacht luid, tot zij geweren uit hun brede broeken trekken en op het publiek beginnen te schieten. Dan verandert de slapstick in horror. Zelfs het Nobelprijscomité dat Sasja naar Stockholm uitnodigt, blijkt meer met bijlen en vleesmolens bezig te zijn dan met literatuur. De clowns schieten en blijven schieten, in het wildeweg lijkt het soms, terwijl je als toeschouwer wegduikt onder de banken en je afvraagt waar de uitgang is.

***

Cossee (oorspronkelijke titel: Kokaïn), 302 blz., € 19,99.

NBD Biblion

Alice Grob
Onlangs in de steek gelaten door de liefde van zijn leven brengt de hoofdpersoon zijn dagen slenterend door Moskou door. Hij heeft niets anders dan zijn verbeelding die hem overeind houdt. De auteur (1963) is tevens hoofdpersonage en schrijft een verhaal dat daarna door elk personage wordt gecorrigeerd of afgebroken. Een verhaal in een verhaal, een commentaar op een commentaar. Absurdistisch, satirisch, duizelingwekkend. Hij sleurt je mee in een achtbaan van avonturen, fantasie en waanzin. Wat is waan, wat is werkelijkheid? Een Jeroen Bosch in woorden. Voor de geoefende literatuurliefhebber met een voorkeur voor absurdisme; voor liefhebbers van bijvoorbeeld Boelgakov, maar nog extremer. De schrijver groeide op in Wit-Rusland, waar hij niet kon en wilde publiceren, op zijn debuutroman 'Sergeant Bertrand' (1991)* na. Hij woont en werkt nu in België, waar hij doorbrak met 'Portret van een onbekend meisje' (2008)**.