Boek

Onrustige dagen : de mooiste verhalen

Onrustige dagen : de mooiste verhalen
×
Onrustige dagen : de mooiste verhalen
Boek

Onrustige dagen : de mooiste verhalen

Nederlands
© 2019
Volwassenen
In de stapel ongevraagd toegestuurde manuscripten trof de redactie van De Arbeiderspers in 1974 een verbluffend goed geschreven, puntgaaf verhaal aan: ‘De tramrace’. De schrijver was een volslagen onbekende 52-jarige man uit Oegstgeest: F.B. Hotz. In de twintig jaren die daarop volgden schreef Hotz een indrukwekkend oeuvre met vele prachtverhalen. In Hotz’ werk draait het om misverstanden, om slec…
In de stapel ongevraagd toegestuurde manuscripten trof de redactie van De Arbeiderspers in 1974 een verbluffend goed geschreven, puntgaaf verhaal aan: ‘De tramrace’. De schrijver was een volslagen onbekende 52-jarige man uit Oegstgeest: F.B. Hotz.
In de twintig jaren die daarop volgden schreef Hotz een indrukwekkend oeuvre met vele prachtverhalen. In Hotz’ werk draait het om misverstanden, om slechte huwelijken, om schuldbesef, om drang tot boetedoening en misschien nog wel het meest om zoeken naar een zinvolle bestemming. Toch heeft Hotz’ werk, bij alle pech, sof en mislukking die hij beschrijft, iets monters en komisch.
Titel Onrustige dagen : de mooiste verhalen / F.B. Hotz ; gekozen en ingeleid door Thomas Heerma van Voss
Auteur F.B. Hotz
Samensteller Thomas Heerma van Voss
Taal Nederlands
Uitgever Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, © 2019
335 p.
ISBN 9789029532938

De Standaard

De schrijver die op zijn personages lijkt
Christophe Vekeman - 24 mei 2019

Het gebeurde in 1974 dat men in de stapel onbestelde manuscripten ten burele van uitgeverij De Arbeiderspers een kort verhaal aantrof dat op de achterflap van Onrustige dagen - zoals de pas verschenen, door Thomas Heerma van Voss samengestelde best of van F.B. Hotz heet - als zonder meer 'puntgaaf' omschreven wordt en achteraf beschouwd het startschot heeft gevormd van een oeuvre dat zes verhalenbundels, een roman en een novelle zou beslaan. Het verhaal in kwestie, 'De tramrace', heeft inderdaad niet meer dan twee regels nodig om te overtuigen. Welke lezer, immers, weet weerstand te bieden aan 'een bruine damp van muggen' die, bij luid gekwaak van kikkers, 'over het hele dorp' hing? Een alinea verder duikt er een man op die 'vijfendertig of zeventig' kon zijn 'en keek als een mensdodende aap'. Een eerder stug type, kortom, maar dat komt: 'Vriendelijkheid was maar zelfverheffing of hovaardigheid'.

Van dit soort staaltjes van beeldrijk precisieproza wemelt het in Onrustige dagen, waarbij het grootste leesplezier er nog in bestaat te merken hoe meesterlijk vanzelfsprekend Hotz zijn avontuurlijke stilistiek veelal laat lijken: wanneer, bijvoorbeeld, 'de natte AVRO-vlaggen kletterden', valt je pas bij herlezing op, als je erop gaat letten dus, hoe onorthodox, gewaagd én treffend het gebezigde werkwoord is.

Maar ook compositorisch blijkt het vroege 'De tramrace' al meteen volkomen vintage Hotz te zijn geweest. De structuur van de beste verhalen in Onrustige dagen ziet er met name vaak als volgt uit: aanvankelijk is de situatie van dien aard dat er niet echt geklaagd mag worden door de sombere hoofdpersonages, waarna er iets gebeurd dat eerst hoop, dan teleurstelling en vervolgens de dreiging van groot onheil met zich meebrengt, tot dit onheil ten slotte afgewend wordt en men zich gelukkig prijzen mag dat de slotsituatie niet al te veel erger is dan die in het begin. Wanneer in 'De tramrace' de kamp uit de titel flink, jawel, 'ontspoort' en er dodelijke kinderslachtoffers vallen, geeft God voor één keer thuis en aanhoort hij bijgevolg het gebed van een dorpeling om de tijd een paar minuten terug te draaien en de betreffende bidder, niet de kinderen, door een van de voertuigen te laten treffen. Eind goed, al goed? Mwa.

Komma

Veel verhalen zijn dan weer in die zin ánders dan 'De tramrace' dat het niet per se het (goddelijke) noodlot is dat er een ontregelende rol in speelt. Het in het honderd lopen van de - eigen kleine - wereld is in die gevallen daarentegen het gevolg van een zeldzame handeling van het hoofdpersonage, en het dubieuze 'happy end' bestaat dan telkens in het, op de valreep, toch niet plaatsvinden van de tragedie die men op een moment van ontypische roekeloosheid over zichzelf heeft afgeroepen.

'Zeldzame' en 'ontypische', jazeker, want Hotz' ik- en hij-figuren zijn dikwerf mannen die zich bij het minste geringste de angstige vraag stellen wat zij in hemelsnaam toch zijn begonnen, verteerd worden door laffe, lakse, zeurende besluiteloosheid en zich, als ze dan toch eens uit de cocon van hun inertie dreigen te breken, 'licht buikpijnachtig van goede verwachting' voelen. Een geregeld weerkerend decor is dat van een van beide wereldoorlogen, die, zoals dat gaat, sommige nevenpersonages gretig weten te stemmen om het onderste uit alle mogelijke kannen tegelijk te halen en aan tafel eerst het lekkerste te eten teneinde 'dat alvast binnen' te hebben, je weet nooit wat er straks gebeurt. Hotz' hoofdpersonages, echter, die niets zo onuitstaanbaar vinden als andermans vastberadenheid, blijven ook in oorlogstijd vertwijfeld op hun onderlip zitten knagen en wentelen zich behalve in hun liefde voor muziek, soms, of in het doelloze verlangen naar onbereikbare meisjes, in de enige ware zekerheid van hun misantropie: 'hij was niet te gek op mensen'.

Toch is het curieus genoeg juist het karakter van deze protagonisten, die zowel sympathiek als gemelijk zijn, zowel eenzelvig als vertederend, en zowel aantrekkelijk als onaaibaar op het stekelige af, dat de lezer voor hen inneemt en, naast de eerder aangestipte formuleringscapaciteiten van F.B. Hotz, die zelfs gevoel in een komma kon leggen, voor de hoge kwaliteit van het boek zorgt. Moeten we leedvermaak - want de schrijver weet het dikwijls geestig te brengen - of juist innig medelijden met hen hebben? De twijfel die wij als lezer gewaarworden maakt de verhalen, weinig rijk aan gebeurtenissen als zij soms mogen zijn, zo ronduit meeslepend en spannend.

Frits Bernard Hotz, zoals hij voluit heette, was een veeleer autobiografisch schrijver - een blik op eender welk auteursportret van hem is al genoeg om zijn verwantschap met zijn hoofdpersonen duidelijk te kunnen vaststellen - en zijn verhalen zijn dan ook doorgaans van een realistisch karakter, al nam hij soms tevens, zoals in het oorlogsverhaal 'Ernstvuurwerk', zijn toevlucht tot een vorm van absurdisme, een genre dat wat mij betreft iets te gewild en opzettelijk aandoet voor deze subtiele, ingetogen schrijver. Maar dat is detailkritiek. Laat alle dadenloosheid varen dus: koop dit boek, lees Hotz.

Gekozen en ingeleid door Thomas Heerma van Voss. De Arbeiderspers, 272 blz., 21,50 € (e-boek 13,99 €).

NBD Biblion

Norma Montulet
F.B. Hotz, overleden in 2000, schreef vooral korte verhalen en ontving in 1998 de P.C. Hooftprijs voor zijn oeuvre. Nu is er bij De Arbeiderspers een nieuwe bundel verschenen met zijn beste verhalen. De bundel wordt ingeleid door Thomas Heerma van Voss die aanstipt dat er op dat moment niets meer van Hotz verkrijgbaar was in de boekwinkel. Dit ondanks het feit dat Hotz tijdens zijn leven alom bewondering verwierf voor zijn werk. Gelukkig is deze bundel er nu. Hij toont Hotz op zijn best: de verhalen zijn zeer zorgvuldig geschreven en doen denken aan Elsschot of Nescio. De verhalen ademen dezelfde tijdloosheid. Sommige verhalen zijn grappig, andere beschouwend-historisch van aard, sommige verhalen zijn ontroerend. Als geen ander toont Hotz zich een meester van de betekenisvolle zin en daar staat deze bundel vol mee.