Boek
Nederlands

Hoe wij verdwijnen

Mirko Bonné (auteur), Elly Schippers (vertaler)
Raymond, sinds kort weduwnaar, ontvangt na veertig jaar een brief van zijn jeugdvriend Maurice. Die brief voert hem terug naar hun gezamenlijk verleden: als kleine jongens in een Frans dorp bouwden ze jarenlang aan hun verdwijnmachine, een lorrie waarmee ze samen de wereld in zouden trekken. Maar precies op de dag waarop hun reis moest beginnen, verongelijkt vlakbij Nobelprijswinnaar Albert Camus.
Titel
Hoe wij verdwijnen
Auteur
Mirko Bonné
Vertaler
Elly Schippers
Taal
Nederlands
Oorspr. taal
Duits
Oorspr. titel
Wie wir verschwinden
Editie
1
Uitgever
Amsterdam: Querido, 2011
291 p.
ISBN
9789021439457 (paperback)

Besprekingen

Op 4 januari 1960 raast een auto door Villeblevin, een Frans dorp zowat honderd kilometer ten zuidoosten van Parijs. Een oude man schrikt zich te pletter en stapt van zijn fiets. Een treffend beeld: het landelijke, provinciale, gezapige Frankrijk staart verbijsterd naar de aanstormende modernisering waarvan het snelle autoverkeer het opvallendste symptoom is. Snelheid associëren de bewoners voorlopig alleen met de sneltrein die door het dorp dendert, maar er niet stilhoudt: Villeblevin heeft niet eens een stationnetje. Toch hebben Raymond en Maurice, twee jongens van zestien die ervan dromen uit het doodse dorp te ontsnappen, hun zinnen op de spoorlijn gezet. Ze hebben een oude lorrie omgebouwd tot een ‘machine van het grote verdwijnen’, waarmee ze naar Parijs en verder willen reizen. Daarvoor willen ze een dood zijspoor aansluiten op het spoor waarop de sneltrein voorbijflitst.
De auto die met 135 kilometer per uur voort-raast, is een Facel Vega. Aan het stuur zit Michel Gallima…Lees verder
Op 4 januari 1960 kwam de Nobelprijswinnaar Albert Camus om bij een verkeersongeluk bij het plaatsje Villeblin. Getuige daarvan waren twee jongens die op dat moment hun verdwijnmachine wilden uitproberen, een spoorweglorrie. Bijna vijftig jaar later krijgt Raymond, een natuurwetenschapper die van een hartkwaal bijkomt, een brief van zijn vroegere boezemvriend Maurice, die op sterven na dood contact met hem zoekt. Deze wil daar niet aan; oud zeer knaagt nog steeds – Maurice heeft hem indertijd op amoureus gebied verraden en misschien levenslang. De Duitse schrijver en vertaler Bonné (1965) wikkelt deze geschiedenis rustig af, de klippen van de sentimentaliteit scherend weet hij duurzame gevoelens van teleurstelling, genegenheid, vriendschap, verraad zichtbaar te maken. Het gaat om levens die met elkaar verstrengeld blijven, maar ook hoe banden mettertijd losraken, zoals ook die van de hoofdpersoon en zijn volwassen dochters. De titel is een mooi leidmotief. Uiteraard vindt er op de val…Lees verder